De opbouw van een leerprogramma

  • Bijgewerkt

Wanneer een deelnemer van start gaat met een leerprogramma, moet deze het leerprogramma eerst toevoegen aan zijn/haar lijst. Vervolgens kiest de deelnemer een coach, opdrachtenset en niveau. Daarna kan de deelnemer aan de slag met het leerprogramma!

In dit artikel vertellen we meer over hoe een leerprogramma is opgebouwd.

1. XP's

Bovenaan in elk leerprogramma ziet de deelnemer een progressiebalk staan, die aangeeft waarin hoeveel XP's (experience points) de deelnemer al behaald heeft. XP's kunnen behaald worden door het maken van opdrachten, waarbij 1 XP gelijk staat aan ongeveer 1 SBU (studiebelastingsuur). Het aantal XP's geeft dus aan hoe lang een deelnemer ongeveer met een opdracht bezig is.

Bij de meeste leerprogramma's voorzien de opdrachten op het platform niet in de volledige SBU last, zoals vastgesteld in het kwalificatiedossier. De opdrachten op het leerplatform zijn slechts een onderdeel van het volledige programma. De overige SBU's moeten op een andere manier ingevuld worden, bijvoorbeeld met lessen, praktijkdagen en andere bijeenkomsten en leerprogramma-gerelateerde zaken.

Aan de rechterkant van de progressiebalk staat het totaal aantal XP's van het leerprogramma. De gele ster met 'Eindopdracht' geeft aan bij hoeveel XP's de deelnemer de eindopdracht mag aanvragen. Deze grens ligt bij de meeste leerprogramma's op 80% van het totale aantal XP. Er moeten sowieso minimaal 6 opdrachten gemaakt worden binnen een leerprogramma, om de steekproef voor de eindopdracht aan te kunnen vragen. Met de eindopdracht rond een deelnemer het leerprogramma af. De eindopdracht is vaak een examen, maar kan ook een ander soort opdracht zijn. Let op! Niet ieder leerprogramma bevat een examen of eindopdracht in het platform.

2. Thema's

Veel leerprogramma zijn opgebouwd in thema's of hoofdstukken. Deze thema's of hoofdstukken geven meer structuur aan de verschillende opdrachten binnen een leerprogramma. Meestal is er geen specifieke volgorde waarin de hoofdstukken thema's doorlopen moeten worden. Wel is het aan te raden om deelnemers uit ieder hoofdstuk ten minste één opdracht te laten maken. 

 

3. Opdrachtkaarten

Onder de progressiebalk staan verschillende opdrachtkaarten. Op de opdrachtkaarten staan de titel van de opdracht, en verschillende iconen. De betekenis van de iconen is als volgt:

  • Het groene icoon geeft aan hoeveel XP's de deelnemer verdient met het maken van de opdracht
  • Het paarse icoon geeft aan met hoeveel personen de deelnemer de opdracht moet maken
  • Het rode icoon met het huisje geeft aan dat de opdracht geschikt is voor leren op afstand

Door te klikken op een opdrachtkaart, wordt deze geopend.

 

4. Opdrachten - inhoudelijk

Wanneer een deelnemer een opdracht opent, kan deze lezen wat hij/zij moet doen en aan de slag met de opdracht. We maken gebruik van verschillende soorten opdrachten op het platform. Bij de meeste opdrachten moet de deelnemer actief aan de slag. Deze opdrachten zien er bijvoorbeeld zo uit:

 

De opdracht begint met een introductie. Hier leest de deelnemer over het onderwerp mee aan de slag gaat. Soms wordt de introductie aangevuld met een video.

Vervolgens krijgt de deelnemer instructies over wat hij/zij precies moet doen in de opdracht. Deze instructies zijn opgebouwd uit verschillende stappen. Soms bestaat een opdracht uit meerdere delen. De opdracht hierboven bestaat bijvoorbeeld uit twee delen. In elk deel van de opdracht moet de deelnemer dan verschillende stappen doorlopen.

Om de opdracht af te ronden moet de deelnemer een bestand inleveren. Dit is vaak een geschreven verslag waarin de student wat vragen beantwoordt. Naast een verslag moet de deelnemer soms ook een video, audio-opname, afbeeldingen of andere bestanden inleveren. Op deze manier bouwt de deelnemer een portfolio op, waarmee later aangetoond kan worden dat hij/zij klaar is voor de eindopdracht. Als coach beoordeelt je namelijk een deel van de opdrachten (de zogenaamde steekproef), voordat de deelnemer examen mag doen!

 

Bij sommige opdrachten krijgt de deelnemer eerst een stukje theorie om te lezen. Om te kijken of de deelnemer de theorie goed begrepen heeft, moeten er afsluiten vragen beantwoord worden. Dit kunnen bijvoorbeeld een multiple choice vragen of sleepoefeningen zijn. Deze opdrachten zien er bijvoorbeeld zo uit:

 

5. Opdrachten - beoordeling

Direct nadat de deelnemer een opdracht heeft ingeleverd, krijgt deze automatisch het bijbehorende aantal XP toegekend. Als coach krijg je een bericht dat de deelnemer een opdracht heeft ingeleverd. Vervolgens kun je als coach de opdracht bekijken en beoordelen. Dit is niet verplicht, maar wordt wel geadviseerd. Tijdens de beoordeling kun je een opdracht goedkeuren of afkeuren. Wanneer je de opdracht goedkeurt, kleurt deze groen, en mag de student het aantal XP behouden. Wanneer je de opdracht afkeurt, dan wordt het aantal XP weer van de voortgang afgehaald. Het is altijd belangrijk om als coach de deelnemer te voorzien van feedback, zodat deze afgekeurde opdrachten kan verbeteren! In dit artikel kun je meer lezen over het bekijken en beoordelen van opdrachten.

 

6. De eindopdracht

Wanneer de deelnemer in de progressiebalk het bolletje met 'Eindopdracht' bereikt, dan wordt er door het systeem automatisch een willekeurige steekproef gegenereerd met ingeleverde opdrachten van de deelnemer voor de coach. De opdrachten zijn zo geselecteerd, dat alle kerntaken en werkprocessen uit het kwalificatiedossier aan bod komen.

 

Als coach moet je deze steekproef-opdrachten (opnieuw) beoordelen. Wanneer je de nagekeken steekproef goedkeurt, dan mag de deelnemer de eindopdracht maken. De eindopdracht is vaak een examen, maar kan ook een ander soort opdracht zijn. Na het succesvol maken van de eindopdracht, heeft een student een leerprogramma afgerond.

 

Veelgestelde vragen:

  • Zijn er voor de leerprogramma's ook antwoordmodellen beschikbaar?

Nee, wij hebben geen documenten met antwoorden op de (vragen in de) opdrachten. Bij veel opdrachten is er namelijk niet één antwoord goed, maar gaat het juist om het proces en de interpretaties van de student. Wel is elke opdracht gekoppeld aan bepaalde werkprocessen en kennis en vaardigheden. Deze kunnen als uitgangspunt genomen worden bij het beoordelen van de gemaakte opdracht. Ook is er bij sommige opdrachten een 'docent instructie' aanwezig, die wat handvatten geeft.

  • Kan ik zelf de XP grens aanpassen, waarbij de eindopdracht beschikbaar wordt?

Nee, je kunt niet de XP grens aanpassen. Dit blijft altijd een percentage (meestal 80%) van het totaal aantal XP. Wel kun je de steekproef handmatig vrijgeven, voordat een student de XP grens heeft behaald. Ook kun je een eigen leerset aanmaken met minder XP's. Het percentage van de XP grens verandert dan nog steeds niet, maar wel het aantal XP dat een student moet behalen.

  • Waarom komt het aantal XP van een leerprogramma niet overeen met het aantal SBU in het kwalificatiedossier?

Het aantal XP op het leerplatform geeft alleen aan hoeveel uur de student bezig is met het onderwijs (opdrachten en theorie) op het leerplatform. Het aantal XP is dus exclusief lesuren, excursies en andere vormen van BOT-tijd. Het aantal SBU in het kwalificatiedossier omvat de totale omvang van een leerprogramma, dus zowel het zelfstandige onderwijs als de begeleide lesuren.

 

Wil je dit artikel printen? Lees hier hoe je dat doet. 

Was dit artikel nuttig?

Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0

Hebt u meer vragen? Een aanvraag indienen

Opmerkingen

0 opmerkingen

U moet u aanmelden om een opmerking te plaatsen.